Geld
Investeren: terugverdientijd en wat het met je kas doet
De terugverdientijd is de investering gedeeld door wat die per jaar extra oplevert. Dat getal zegt hoe snel je je geld terugziet, maar niets over wat je kas in de tussentijd doet. Reken daarom ook uit op welk moment het geld de deur uit gaat en of je saldo dat aankan.
Een leverancier laat je een nieuwe snijmachine zien. Twee keer zo snel, de helft minder afval. "Die heeft u in twee jaar terugverdiend," zegt de verkoper. Dat kan best kloppen. Maar de factuur van 80.000 euro komt volgende maand, en je kas kijkt niet naar twee jaar. Je kas kijkt naar volgende maand.
Bij een investering stel je eigenlijk twee vragen. Levert het genoeg op? En kan je kas het dragen terwijl je erop wacht? Dit artikel gaat over allebei.
De terugverdientijd uitrekenen
De terugverdientijd is het aantal jaren tot een investering zichzelf heeft terugbetaald. KVK geeft twee voorbeelden: zonnepanelen van 5.000 euro die 500 euro per jaar besparen, verdien je in tien jaar terug. Een machine van 30.000 euro die 15.000 euro per jaar extra oplevert, in twee jaar. Hoe korter, hoe aantrekkelijker.
De formule is eenvoudig: de investering gedeeld door wat die per jaar extra oplevert. Let wel op wat je onder de streep zet.
- Tel geld, geen winst. Afschrijving is een boeking, geen uitgave. Gebruik wat er per jaar extra binnenkomt of minder uitgaat.
- Tel alles mee wat de investering kost: installatie, opleiding, onderhoud, de stilstand tijdens de ombouw.
- Tel de opbrengst eerlijk. Twee keer zo snel levert alleen geld op als je de extra capaciteit ook verkoopt.
Wat de terugverdientijd niet zegt
De terugverdientijd is een handige eerste filter, maar hij heeft twee blinde vlekken. Het Corporate Finance Institute noemt ze allebei:
- Wat er na het terugverdienen gebeurt, telt niet mee. Een investering die in drie jaar terug is en daarna nog tien jaar oplevert, scoort slechter dan een die in twee jaar terug is en daarna stopt.
- Geld van later is minder waard dan geld van nu. Een euro over vijf jaar is onzekerder en minder waard dan een euro vandaag. De terugverdientijd behandelt ze hetzelfde.
Voor grotere beslissingen is het daarom verstandig ook een rendementsberekening te laten maken. Je accountant kan je daarbij helpen.
Een investering die zichzelf terugverdient, kan je kas onderweg toch leegtrekken.
Wat het met je kas doet
Hier gaan veel investeringen mis. In je winst-en-verliesrekening wordt een machine over jaren verdeeld via afschrijving. In je kas niet. KVK legt uit dat een machine die je contant koopt, in je liquiditeitsbegroting in één keer als uitgave staat, in de maand dat je betaalt.
Terug naar de snijmachine van 80.000 euro. Stel dat hij 40.000 euro per jaar extra oplevert, ruim 750 euro per week. De terugverdientijd is twee jaar. Maar in de week van betaling daalt je saldo met 80.000 euro, en pas na ruim honderd weken is dat bedrag terug. Valt de betaling in dezelfde maand als je btw-afdracht en een rustig seizoen, dan kan een goede investering je toch in de problemen brengen.
Daarom:
- Kijk of je werkkapitaal genoeg overhoudt. KVK raadt aan na te gaan of er na een aankoop uit eigen middelen nog genoeg werkkapitaal overblijft.
- Overweeg spreiden. Met een lening of lease betaal je in termijnen in plaats van in één keer. Dat kost rente of een vergoeding, maar het gat in je kas wordt kleiner. Volgens KVK financieren banken bij aankoop meestal maar een deel van de prijs en vragen ze zekerheden.
- Investeer alleen als het kan. In de checklist voor een financieel fit bedrijf staat het nuchter: investeer pas als het geld er is en je weet wat het oplevert.
Drie varianten
KVK adviseert de investering door te rekenen in een gemiddelde, een optimistische en een pessimistische variant. Voor de snijmachine zou dat kunnen zijn: 40.000, 50.000 en 25.000 euro per jaar. In de slechte variant is de terugverdientijd ruim drie jaar. Is dat nog acceptabel, en blijft je kas ook dan boven je ondergrens, dan heb je een stevige beslissing.
Vergeet ook de fiscale kant niet. Voor investeringen in bedrijfsmiddelen bestaan aftrekregelingen, zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en regelingen voor energie- en milieu-investeringen, die KVK in hetzelfde artikel noemt. Of en hoeveel je daarvan gebruikt, laat je toetsen door je adviseur.
Zo begin je deze week
- Pak de grootste investering die op je lijst staat en reken de terugverdientijd uit in geld, niet in winst.
- Zet de betaling in je kasprognose op de week waarin hij echt valt, en kijk wat je laagste saldo wordt.
- Reken dezelfde investering door met een pessimistische opbrengst, en met spreiden via lening of lease.
In Aivio
In Geld zet je een investering in het plan en zie je wat hij met je kas doet, nu en de jaren erna.
Tips
- Reken in geld, niet in winst. Gebruik voor de terugverdientijd wat de investering per jaar extra aan geld oplevert, niet de winst na afschrijving. Afschrijving is een boeking, geen betaling.
- Leg de investering naast je kasprognose per week. Een machine die je in één keer betaalt, haalt in één week een gat in je saldo. Kijk of je dan nog boven je drempel blijft.
- Reken drie varianten door. Een gewone, een gunstige en een tegenvallende opbrengst. Valt de investering ook in de slechte variant goed uit, dan is het een sterke beslissing.
Bronnen
Meer over geld
-
Geld
Betaaltermijnen tussen bedrijven: wat de wet zegt in 2026
Tussen bedrijven geldt zonder afspraak een betaaltermijn van 30 dagen, en een afgesproken termijn mag in de regel niet langer zijn dan 60 dagen. Betaalt een groot bedrijf een mkb-bedrijf, dan is 30 dagen het maximum. Na de termijn heb je recht op wettelijke handelsrente en minstens 40 euro incassokosten.
-
Geld
Brutomarge per product of dienst: zie waar je echt aan verdient
De brutomarge is je omzet min de directe kosten, als percentage van de omzet. Wie die marge per product of dienst uitrekent in plaats van voor het hele bedrijf, ziet welke lijnen het geld verdienen en welke er stilletjes op teren.
-
Geld
Btw en je kasstroom: zo plan je je afdrachten
Btw die je ontvangt is niet van jou, en bij het factuurstelsel ben je de btw al verschuldigd voordat je klant heeft betaald. Zet je de afdrachtdata van 2026 in je kasprognose en houd je de btw direct apart, dan word je niet verrast door een grote betaling aan het eind van de maand na het kwartaal.