Werk
Je werkvoorraad zichtbaar maken met een planbord
Een planbord laat in één oogopslag zien wat er ligt, wie eraan werkt en wat vastzit. Je leert hoe je een bord met kolommen opzet, waarom je het onderhanden werk begrenst en hoe je daarmee je levertijd korter maakt.
Vraag in een gemiddeld bedrijf hoeveel klussen er openstaan, en je krijgt drie antwoorden. De planner noemt er veertig. De werkvoorbereider denkt aan vijfentwintig. De eigenaar weet het eigenlijk niet, maar voelt dat het er te veel zijn. Elk van hen heeft een eigen lijstje, in een mail, een spreadsheet of een hoofd.
Een planbord maakt daar één beeld van. Iedereen kijkt naar hetzelfde, en wat vastzit, valt op.
Waarom zichtbaar werkt
In de lean-wereld heet dit visueel management. Het Lean Enterprise Institute omschrijft het als alles wat met het werk te maken heeft zo in het zicht zetten dat iedereen in één oogopslag ziet hoe het ervoor staat.
Het idee komt uit de lean-fabriek. Daar werken ze met kaartjes, kanban, Japans voor "bord" of "teken". Volgens het Lean Enterprise Institute geeft zo'n kaart toestemming om iets te maken of te verplaatsen. Geen kaart, geen werk. Zo wordt er niet meer gemaakt dan nodig is.
Je hoeft geen fabriek te hebben om het te gebruiken. Een installateur, een bureau en een webwinkel hebben allemaal werk dat binnenkomt, onderweg is en klaar moet.
Een bord in vier kolommen
Begin simpel. Een whiteboard, een stuk muur of een scherm. Vier kolommen:
- Te doen. Werk dat is toegezegd maar nog niet begonnen.
- Bezig. Werk waar nu iemand aan werkt.
- Wacht. Werk dat vastzit: op materiaal, op de klant, op een ander.
- Klaar. Werk dat af is.
Elke klus is een kaart. Op de kaart staat wat het is, voor wie, wie eraan werkt en wanneer het af moet. Meer niet.
De kolom wacht is de belangrijkste. Daar zie je waarom het werk niet doorloopt. Staat er een kaart drie dagen, dan weet je dat je moet bellen.
Minder tegelijk is sneller klaar
Hier wordt het interessant. Een planbord laat niet alleen zien wat er ligt. Het helpt je ook de levertijd korter te maken.
Dat zit in een eenvoudige wet uit de wachtrijtheorie: de wet van Little. John Little en Stephen Graves van MIT leggen hem uit in een hoofdstuk over Little's Law. Gemiddeld geldt: het aantal dingen in een systeem is gelijk aan hoeveel er per tijdseenheid binnenkomt, maal hoe lang ze gemiddeld blijven. Hun voorbeeld is een wijnrek met gemiddeld 160 flessen, waar er per maand 8 bij komen. Dan ligt een fles gemiddeld 20 maanden.
Draai het om naar je werk. Stel je rondt per week tien klussen af en er staan er veertig open. Dan duurt een klus gemiddeld vier weken van ja tot klaar. Wil je dat naar twee weken, dan zijn er twee wegen. Twee keer zoveel afmaken per week, wat zelden lukt. Of de helft minder tegelijk openhebben.
Wie minder tegelijk doet, maakt sneller af.
Daarom zetten teams een maximum op de kolom bezig. Bijvoorbeeld twee kaarten per persoon. Is de kolom vol, dan pak je geen nieuw werk, maar help je iets af te maken. Dat voelt in het begin onnatuurlijk. Na een paar weken zie je kaarten sneller naar klaar schuiven.
Fysiek of digitaal
Een fysiek bord heeft één groot voordeel: je loopt er langs. Het hangt in de kantine of bij de koffieautomaat en iedereen ziet het. Voor een team op één plek is dat vaak de beste start.
Werken je mensen op locatie, dan heb je een digitaal bord nodig dat ook op een telefoon werkt. Kies dan iets waar de buitendienst met één tik een kaart kan verschuiven. Hoe meer moeite het kost, hoe minder het bord klopt. En een bord dat niet klopt, gelooft na een week niemand meer.
Het bord in het ritme van de week
Een planbord leeft als je er samen naar kijkt. Een kort moment per dag of per week, staand voor het bord, is genoeg. Loop het bord van rechts naar links door: eerst wat bijna klaar is, dan wat vastzit, dan pas wat nieuw is. Zo gaat de aandacht naar afmaken in plaats van naar beginnen.
Vraag bij elke kaart in wacht maar één ding: wie zorgt dat dit vandaag verder kan?
Zo begin je deze week
- Schrijf alle open klussen op kaartjes of in een lijst, met per klus één naam en één datum. Tel ze.
- Hang ze in vier kolommen: te doen, bezig, wacht, klaar. Kijk welke kaarten in wacht staan en waarom.
- Spreek een maximum af voor de kolom bezig en houd je er twee weken aan. Kijk daarna of klussen sneller klaar zijn.
In Aivio
In Werk staat bij Operatie een planbord voor kantoor, en een eenvoudige weergave voor wie buiten aan het werk is.
Tips
- Begin met vier kolommen: te doen, bezig, wacht, klaar. Meer kolommen kun je later toevoegen. Een bord dat in een week al gebruikt wordt, is beter dan een perfect bord dat nooit af is.
- Zet een maximum op de kolom bezig. Zit die vol, dan maak je eerst iets af voordat je iets nieuws pakt. Zo daalt je levertijd zonder dat iemand harder werkt.
- Geef elke kaart een naam en een datum. Een kaart zonder eigenaar blijft liggen. Met een naam en een datum zie je meteen wat over tijd is.
Bronnen
- Visual Management Lean Enterprise Institute
- Kanban Lean Enterprise Institute
- Little's Law (hoofdstuk 5 in Building Intuition) John D.C. Little en Stephen C. Graves, MIT (Springer, 2008)
Meer over werk
-
Werk
Capaciteitsplanning: kun je waarmaken wat je belooft?
Wie het team voor honderd procent volplant, levert te laat. Je leert je echte capaciteit uit te rekenen, je knelpunt te vinden en vóór elke nieuwe klus te zien of je hem kunt waarmaken.
-
Werk
De overdracht van verkoop naar uitvoering: zo gaat er niets verloren
Bij de overdracht van verkoop naar uitvoering gaan beloftes en details verloren, waardoor de klant alles opnieuw moet uitleggen. Met een vaste overdracht van vijf vragen, een moment om terug te vragen en één eigenaar per order voorkom je dat.
-
Werk
Delegeren wat alleen jij kunt (dacht je)
Werk dat alleen de eigenaar kan doen, is meestal werk waarvan de eigenaar nooit heeft opgeschreven hoe het moet. Wie de afwegingen achter het werk vastlegt en de verantwoordelijkheid in stappen overdraagt, kan ook dat werk delegeren.