Tips

240 tips die je morgen kunt gebruiken.

Kort en concreet. Bij elke tip staat het artikel met de uitleg en de bronnen.

Koers

  1. Leg elk besluit vast in vijf regels: wat, waarom, wie, per wanneer, en wanneer we het herzien. Meer hoeft niet. Het gaat erom dat iemand die er niet bij was, het besluit over drie maanden nog begrijpt. Lees: Besluiten vastleggen zodat ze niet steeds terugkomen
  2. Zeg bij elk besluit hardop wie de beslisser is. Overleg en advies zijn welkom, maar één persoon hakt de knoop door. Dan weet iedereen bij wie ze moeten zijn als er iets verandert. Lees: Besluiten vastleggen zodat ze niet steeds terugkomen
  3. Heropen een besluit alleen bij nieuwe informatie. Ongelijk krijgen is geen nieuwe informatie. Een klant die vertrekt of een kostprijs die verandert wel. Lees: Besluiten vastleggen zodat ze niet steeds terugkomen
  4. Schrijf elk doel als: van X naar Y vóór datum Z. Dan weet iedereen waar je nu staat, waar je heen wilt en wanneer het klaar moet zijn. Vage doelen zoals 'beter worden in sales' haal je nooit, omdat niemand weet wanneer ze af zijn. Lees: Drie tot vijf doelen per kwartaal: waarom minder meer oplevert
  5. Geef elk doel precies één eigenaar. Twee eigenaren betekent dat niemand zich echt verantwoordelijk voelt. De eigenaar hoeft niet alles zelf te doen, wel zorgen dat het gebeurt. Lees: Drie tot vijf doelen per kwartaal: waarom minder meer oplevert
  6. Houd een lijst 'later' bij voor alles wat dit kwartaal afvalt. Een goed idee dat nu niet past, is niet weg. Het staat op de lijst voor de volgende kwartaalsessie. Lees: Drie tot vijf doelen per kwartaal: waarom minder meer oplevert
  7. Vraag drie klanten wie ze nog meer overwogen. Het antwoord is vaak een andere naam dan je denkt, of helemaal geen concurrent maar het besluit om het zelf te doen. Lees: Een concurrentieanalyse die je iets oplevert
  8. Vergelijk op hooguit vijf punten. Kies de punten waarop klanten echt kiezen. Een matrix met twintig kolommen leest niemand twee keer. Lees: Een concurrentieanalyse die je iets oplevert
  9. Eindig met één besluit. Een analyse zonder besluit is een hobby. Schrijf onderaan wat je anders gaat doen, en wie dat oppakt. Lees: Een concurrentieanalyse die je iets oplevert
  10. Houd je jaarplan op twee pagina's. Eén pagina met de jaardoelen en de getallen, één pagina met de doelen per kwartaal. Wat er niet op past, is geen prioriteit. Lees: Een jaarplan dat niet in de la verdwijnt
  11. Maak van elke kwartaalsessie een herziening van het jaarplan. Een jaarplan is een vertrekpunt, geen contract. Elk kwartaal stel je de rest van het jaar bij op basis van wat je nu weet. Lees: Een jaarplan dat niet in de la verdwijnt
  12. Laat geen week voorbijgaan zonder een blik op de jaardoelen. Vijf minuten in het weekoverleg is genoeg: liggen we op koers, en zo niet, wat doen we deze week anders? Lees: Een jaarplan dat niet in de la verdwijnt
  13. Plan de vier sessies van volgend jaar nu al in. Een kwartaalsessie die je per keer moet prikken, sneuvelt bij de eerste drukke maand. Vaste data in de agenda overleven wel. Lees: Een kwartaalsessie organiseren: draaiboek voor één dag
  14. Geef elk agendapunt een doel in één zin. Schrijf bij elk onderdeel wat er aan het eind moet liggen: een besluit, een lijst, een naam. Dan weet iedereen wanneer een punt klaar is. Lees: Een kwartaalsessie organiseren: draaiboek voor één dag
  15. Prik de vervolgafspraken voordat iedereen weggaat. Zet de eerste controlemomenten in de agenda terwijl het team nog aan tafel zit. Dat is de beste garantie dat de dag doorwerkt. Lees: Een kwartaalsessie organiseren: draaiboek voor één dag
  16. Geef elk MT-lid een eigen terrein met een eigen getal. Verkoop, uitvoering, financiën, mensen. Wie een terrein heeft, weet waarop die wordt aangesproken, en jij weet het ook. Lees: Een managementteam opbouwen als eigenaar
  17. Spreek per soort besluit af wie beslist. Schrijf het op: welke besluiten neemt het MT-lid zelf, welke samen, en welke blijven bij jou. Zonder die afspraak komt alles toch bij jou terug. Lees: Een managementteam opbouwen als eigenaar
  18. Laat het MT-overleg niet door jou voorzitten. Als de eigenaar voorzit, wordt het al snel een overleg waarin iedereen aan jou rapporteert. Laat iemand anders de agenda en de tijd bewaken. Lees: Een managementteam opbouwen als eigenaar
  19. Schrijf het doel van je raad in één zin op. Bijvoorbeeld: helpen bij de groei naar vijftig medewerkers, of helpen bij de overdracht aan de volgende generatie. Dat doel bepaalt wie je vraagt. Lees: Een raad van advies voor het mkb: zo zet je er een op
  20. Vraag geen vrienden. Je zoekt mensen die je kritisch durven te bevragen en kennis hebben die jij mist. Vrienden zijn daar vaak te aardig voor. Lees: Een raad van advies voor het mkb: zo zet je er een op
  21. Spreek vooraf een termijn af. Twee of drie jaar is een goede richtlijn. Dan kun je de samenstelling aanpassen als je bedrijf verandert, zonder dat het pijnlijk wordt. Lees: Een raad van advies voor het mkb: zo zet je er een op
  22. Kies een getal dat een zwakke plek meet, niet iets waar je al goed in bent. Een kritiek getal is bedoeld om iets te repareren of te beschermen. Een cijfer dat toch al goed gaat, levert geen focus op. Lees: Eén kritiek getal kiezen voor je bedrijf
  23. Zoek bij het getal twee of drie handelingen die het laten bewegen. Het getal zelf kun je niet duwen. Het aantal offertes per week, het aantal belafspraken of de doorlooptijd van een klus wel. Lees: Eén kritiek getal kiezen voor je bedrijf
  24. Hang het getal op waar iedereen het elke dag ziet. Op een whiteboard, een scherm in de kantine of bovenaan het weekoverleg. Iedereen moet in vijf seconden zien of je wint of verliest. Lees: Eén kritiek getal kiezen voor je bedrijf
  25. Tel hoeveel vragen er per dag bij jou binnenkomen. Groeit dat aantal sneller dan je bedrijf, dan zit je waarschijnlijk tegen het einde van de pioniersfase aan. Dat is het moment om structuur toe te voegen. Lees: Groeien zonder chaos: herken de volgende fase van je bedrijf
  26. Zoek de oplossing vooruit, niet terug. Een crisis in de ene fase los je niet op met de werkwijze van de vorige fase. Wie te veel heeft losgelaten, wint het niet terug door weer alles zelf te doen. Lees: Groeien zonder chaos: herken de volgende fase van je bedrijf
  27. Leg elk jaar vast in welke fase je denkt te zitten. Schrijf twee zinnen op over hoe je nu stuurt en wat begint te knellen. Een jaar later zie je of je verder bent gekomen. Lees: Groeien zonder chaos: herken de volgende fase van je bedrijf
  28. Zet het overleg op een vaste dag en een vast tijdstip, en verplaats het niet. Een overleg dat steeds schuift, verliest zijn functie als ritme. Liever een korte versie dan geen versie. Lees: Het weekoverleg dat wél werkt: een agenda van zestig minuten
  29. Laat iedereen in één minuut de twee of drie prioriteiten van de week noemen. Zo zie je in een paar minuten waar werk dubbel gebeurt of blijft liggen, en weet je waar de rest van het uur heen moet. Lees: Het weekoverleg dat wél werkt: een agenda van zestig minuten
  30. Sluit af met wie wat doet vóór wanneer. Een overleg zonder afspraken op naam is een gesprek. Lees de afspraken aan het eind hardop voor. Lees: Het weekoverleg dat wél werkt: een agenda van zestig minuten
  31. Schrijf je strategie in één zin van hooguit 35 woorden. Noem je doel, voor wie en waarmee je werkt, en waarom klanten voor jou kiezen. Lukt het niet in 35 woorden, dan is de keuze nog niet gemaakt. Lees: Je strategie op één A4
  32. Vul het A4 met de hand in, met je hele team. Wie het zelf opschrijft, onthoudt het beter dan wie een kant-en-klaar document krijgt. Lees: Je strategie op één A4
  33. Zet er ook op waar je nee tegen zegt. Een strategie wordt pas bruikbaar als je weet welke klanten, producten of klussen je laat schieten. Lees: Je strategie op één A4
  34. Begin met vijf tot tien KPI's die je elke week bekijkt. Dat is je dashboard voor de gezondheid van het bedrijf. Pas als je die vast in beeld hebt, voeg je doelen toe. Lees: OKR's, Rocks of KPI's: wat past bij een mkb-bedrijf
  35. Kies daarna drie tot vijf kwartaaldoelen, elk met één eigenaar. Of je ze Rocks of OKR's noemt, maakt weinig uit. Het gaat om een klein aantal, een eigenaar en een einddatum. Lees: OKR's, Rocks of KPI's: wat past bij een mkb-bedrijf
  36. Gebruik niet twee methodes tegelijk. Kies één taal en houd die minstens een jaar vast. Wisselen kost je team meer energie dan het oplevert. Lees: OKR's, Rocks of KPI's: wat past bij een mkb-bedrijf
  37. Reken altijd drie scenario's door, nooit één. Tegenvaller, verwacht en meevaller. Eén scenario is een wens; drie laten zien hoeveel ruimte je hebt. Lees: Scenario's doorrekenen voordat je beslist
  38. Begin bij de aannames, niet bij de uitkomst. Schrijf per scenario op welke omzet, marge, betaaltermijn en kosten je aanneemt. Pas dan reken je. Lees: Scenario's doorrekenen voordat je beslist
  39. Spreek vooraf een signaal af waarop je bijstuurt. Bijvoorbeeld: als de bezetting na drie maanden onder de 70 procent ligt, stoppen we met werven. Dan hoef je op dat moment niet opnieuw te twijfelen. Lees: Scenario's doorrekenen voordat je beslist
  40. Zet het uur als vaste afspraak met jezelf in je agenda, elke week op hetzelfde moment. Behandel het als een afspraak met een klant. Je verzet het alleen als je een klantafspraak ook zou verzetten. Lees: Werken áán je bedrijf: een vast uur per week
  41. Werk op een andere plek dan normaal, zonder telefoon en mail. Een andere ruimte of een vroeg uur voordat iedereen er is, helpt om echt los te komen van het dagelijkse werk. Lees: Werken áán je bedrijf: een vast uur per week
  42. Werk aan hooguit drie verbeteringen tegelijk. Elke verbetering heeft een eigenaar en is pas af als het in het gewone werk zit. Nieuwe ideeën wachten tot er een plek vrijkomt. Lees: Werken áán je bedrijf: een vast uur per week
  43. Zet achter elk terugkerend besluit precies één naam. Twee eigenaren betekent in de praktijk geen eigenaar. Wie de naam heeft, hakt de knoop door, ook als anderen het er niet mee eens zijn. Lees: Wie doet wat: verantwoordelijkheden verdelen in gewone taal
  44. Begin bij de dingen die nu blijven liggen. Je hoeft niet het hele bedrijf in een schema te zetten. Pak de vijf taken of besluiten waar het deze maand misging en verdeel die eerst. Lees: Wie doet wat: verantwoordelijkheden verdelen in gewone taal
  45. Bespreek de verdeling, deel haar niet alleen uit. Een lijst die je alleen opstelt, wordt een lijst die niemand leest. Vul hem samen in en kijk elk kwartaal of hij nog klopt. Lees: Wie doet wat: verantwoordelijkheden verdelen in gewone taal
  46. Houd een week lang bij welke vragen alleen jij kunt beantwoorden. Een turflijst op je bureau is genoeg. Na vijf dagen zie je welke kennis je als eerste moet overdragen. Lees: Zeven signalen dat je bedrijf in je hoofd zit
  47. Plan een week afwezigheid in als test. Zet hem drie maanden vooruit in de agenda. De voorbereiding laat precies zien wat nog aan jou hangt. Lees: Zeven signalen dat je bedrijf in je hoofd zit
  48. Laat je beste klant kennismaken met een tweede aanspreekpunt. Doe het in een gewoon gesprek, niet pas als je ziek bent. Een klant die twee mensen kent, blijft ook als jij er niet bent. Lees: Zeven signalen dat je bedrijf in je hoofd zit

Klanten

  1. Reken elk kwartaal uit welk deel van je omzet van je grootste klant komt. Eén getal dat je bijhoudt, zie je groeien. Eén getal dat je nooit uitrekent, verrast je. Lees: Afhankelijk van één grote klant: zo spreid je het risico
  2. Kijk wat er in het contract met je grootste klant staat over opzeggen. Opzegtermijn en een eventuele overnameclausule bepalen hoeveel tijd je hebt als het misgaat. Lees: Afhankelijk van één grote klant: zo spreid je het risico
  3. Reserveer elke week een vast blok voor klanten van morgen. Wie volgeboekt is door één klant, stopt met werven. Juist dan moet het blijven doorgaan. Lees: Afhankelijk van één grote klant: zo spreid je het risico
  4. Kies het pakket als laatste stap, niet als eerste. Schrijf eerst op welke vraag het systeem moet beantwoorden. Pas dan zie je welk pakket past, en welk pakket te veel kan. Lees: Een CRM kiezen, en waarom de meeste invoeringen mislukken
  5. Spreek per klant één volgende stap af, met een naam en een datum. Dat is de kleinste afspraak die een CRM bruikbaar maakt. Zonder volgende stap is het een adresboek. Lees: Een CRM kiezen, en waarom de meeste invoeringen mislukken
  6. Leg vast hoe lang je klantgegevens bewaart. Die bewaartermijn hoort in je verwerkingsregister, en het dwingt je om oude rommel op te ruimen. Lees: Een CRM kiezen, en waarom de meeste invoeringen mislukken
  7. Geef elke stap een voorwaarde om verder te mogen. Een kans gaat pas naar de volgende stap als iets aantoonbaar is gebeurd, zoals een gesprek met de beslisser of een verstuurde offerte. Dan betekent elke stap voor iedereen hetzelfde. Lees: Een verkooptrechter die je kunt sturen
  8. Zet bij elke kans één volgende actie met een datum. Een kans zonder volgende actie is een kans die stilletjes doodgaat. Eén actie, één naam, één datum. Lees: Een verkooptrechter die je kunt sturen
  9. Ruim elke maand de dode kansen op. Kansen waar al weken niets gebeurt, maken je pijplijn mooier dan hij is. Sluit ze af als verloren, met de reden erbij. Lees: Een verkooptrechter die je kunt sturen
  10. Begin bij je beste vijf klanten, niet bij je grootste. Groot is niet hetzelfde als goed. Kijk naar marge, gemak en plezier in de samenwerking. Lees: Je ideale klant beschrijven in één middag
  11. Beschrijf het probleem, niet alleen het profiel. Branche en omvang zeggen iets, maar de reden waarom een klant je inhuurt zegt meer. Schrijf die reden op in de woorden van de klant. Lees: Je ideale klant beschrijven in één middag
  12. Leg je beschrijving naast elke nieuwe aanvraag. Past een aanvraag op minder dan de helft van de punten, stel dan eerst een paar vragen voordat je tijd in een offerte steekt. Lees: Je ideale klant beschrijven in één middag
  13. Noem het een prijsverhoging, geen prijsaanpassing. Klanten zien door verzachtende woorden heen. Eerlijk benoemen wekt meer vertrouwen. Lees: Je prijs verhogen zonder klanten kwijt te raken
  14. Kondig het aan voordat de nieuwe prijs ingaat, met de datum erbij. Zo kan de klant plannen en voelt niemand zich overvallen op de factuur. Lees: Je prijs verhogen zonder klanten kwijt te raken
  15. Zet een indexatieclausule in je voorwaarden. Dan is een jaarlijkse aanpassing afgesproken in plaats van een verrassing. Lees: Je prijs verhogen zonder klanten kwijt te raken
  16. Maak geen offerte voordat je de drie antwoorden hebt. Ontbreekt er één, bel dan eerst. Een gesprek van tien minuten kost minder dan een offerte van een middag. Lees: Kwalificeren: drie vragen voordat je een offerte maakt
  17. Vraag naar de beslissing, niet alleen naar de beslisser. Wie tekent is één vraag. Hoe ze beslissen, en wat er gebeurt als ze niets doen, zegt meer over je kans. Lees: Kwalificeren: drie vragen voordat je een offerte maakt
  18. Schrijf bij elke afgewezen aanvraag één zin waarom. Na een paar maanden zie je welk soort aanvraag je beter meteen kunt laten liggen. Lees: Kwalificeren: drie vragen voordat je een offerte maakt
  19. Schrijf over wat je deze week tegenkwam. Een vraag van een klant, een fout die je vaak ziet, een keuze die je maakte. Dat is herkenbaarder dan algemeen advies. Lees: LinkedIn voor de eigenaar: zichtbaar zonder influencer te worden
  20. Zet de kern in de eerste twee zinnen. Lezers besluiten snel of ze doorlezen. Begin met de situatie of de conclusie, niet met een aanloop. Lees: LinkedIn voor de eigenaar: zichtbaar zonder influencer te worden
  21. Reageer op anderen voordat je zelf post. Een inhoudelijke reactie bij een klant of branchegenoot kost vijf minuten en laat zien dat je meedenkt. Lees: LinkedIn voor de eigenaar: zichtbaar zonder influencer te worden
  22. Begin je offerte met de vraag van de klant, in de woorden van de klant. Eén alinea die het probleem samenvat laat zien dat je hebt geluisterd. Pas daarna komt wat je levert. Lees: Offertes die gewonnen worden
  23. Splits de prijs in onderdelen. Dan kan de klant ja zeggen tegen een deel als het budget niet voor alles reikt, in plaats van nee tegen het geheel. Lees: Offertes die gewonnen worden
  24. Zet in de offerte wanneer je contact opneemt. Een datum in de laatste alinea maakt opvolgen normaal in plaats van opdringerig. Lees: Offertes die gewonnen worden
  25. Reageer op een nieuwe aanvraag binnen het uur. Een kort bericht dat je de vraag hebt gezien en wanneer je belt, is genoeg. Snelheid zegt de klant meer dan een lange mail. Lees: Opvolgen zonder opdringerig te zijn
  26. Spreek bij elk contact het volgende moment af. Wie samen een datum kiest, belt daarna niet ongevraagd. Het is gewoon de afspraak. Lees: Opvolgen zonder opdringerig te zijn
  27. Breng bij elk contact iets nieuws mee. Een antwoord op een vraag, een voorbeeld, een planning. Dan is opvolgen hulp in plaats van aandringen. Lees: Opvolgen zonder opdringerig te zijn
  28. Schrijf bij elke nieuwe klant op wie je heeft aanbevolen. Zonder die ene regel weet je over een jaar niet welke partner je klanten brengt. Eén veld bij de klant is genoeg. Lees: Partners en doorverwijzers: zo maak je er een vaste bron van klanten van
  29. Bedank een doorverwijzer binnen een week, ook als het niks wordt. Wie nooit hoort wat er met een tip gebeurde, stopt met tippen. Een kort berichtje houdt de stroom open. Lees: Partners en doorverwijzers: zo maak je er een vaste bron van klanten van
  30. Vertel je partners in één zin wie je wél en níet zoekt. Een doorverwijzer die precies weet wie bij je past, stuurt minder ruis en meer raak. Lees: Partners en doorverwijzers: zo maak je er een vaste bron van klanten van
  31. Ken je ondergrens voordat je over waarde praat. Je uurtarief maal de verwachte uren is het bedrag waaronder je niet gaat. Waarde bepaalt hoeveel ruimte er daarboven zit. Lees: Prijzen op waarde voor dienstverleners
  32. Vraag in elk intakegesprek wat het oplevert als het probleem is opgelost. Zonder dat getal kun je niet op waarde prijzen. Met dat getal wordt je prijs een investering in plaats van een kostenpost. Lees: Prijzen op waarde voor dienstverleners
  33. Begin met één vast pakket. Kies je meest gevraagde opdracht, omschrijf het resultaat en zet er een vaste prijs op. Zo oefen je zonder je hele prijsmodel om te gooien. Lees: Prijzen op waarde voor dienstverleners
  34. Vraag om een review op het moment dat de klant blij is. Bij de oplevering of na het eerste compliment. Een week later is het enthousiasme al minder. Lees: Reviews en referenties systematisch verzamelen
  35. Stuur één link en één vraag. Hoe minder stappen, hoe meer reviews. Een directe link naar je reviewpagina scheelt de klant zoeken. Lees: Reviews en referenties systematisch verzamelen
  36. Vraag naar het resultaat, niet naar je vriendelijkheid. Een review die zegt wat er beter werd, overtuigt meer dan een review die zegt dat je aardig was. Lees: Reviews en referenties systematisch verzamelen
  37. Stel bij elke aanvraag de vraag: hoe heb je ons gevonden? Zet het als vast veld in je aanvraagformulier en als vaste vraag aan de telefoon. Het kost tien seconden en levert meer inzicht op dan je verwacht. Lees: Waar komen je klanten vandaan: bronnen meten zonder dure tools
  38. Werk met een vaste lijst van hooguit acht bronnen. Vrije tekst levert twintig varianten van hetzelfde antwoord op. Een vaste lijst kun je tellen. Lees: Waar komen je klanten vandaan: bronnen meten zonder dure tools
  39. Tel opdrachten, niet alleen aanvragen. Een bron die veel aanvragen geeft maar weinig opdrachten, kost je vooral tijd. Kijk pas na een kwartaal welke bron echt iets oplevert. Lees: Waar komen je klanten vandaan: bronnen meten zonder dure tools
  40. Gebruik vijf vaste redenen voor verlies. Bijvoorbeeld prijs, concurrent beter, timing, geen besluit, past niet. Vaste keuzes maken het tellen mogelijk. Lees: Waarom je verliest: verloren opdrachten analyseren
  41. Stel de klant twee vragen, niet tien. Wat gaf de doorslag, en wat had ons laten winnen? Kort en eerlijk levert meer op dan een enquête. Lees: Waarom je verliest: verloren opdrachten analyseren
  42. Bekijk de lijst elk kwartaal, niet elke week. Eén verlies is een verhaal. Twintig verliezen zijn een patroon. Lees: Waarom je verliest: verloren opdrachten analyseren
  43. Reken met marge, niet met omzet. Een klant met veel omzet en weinig marge is minder waard dan het lijkt. Alleen wat overblijft telt. Lees: Wat een klant over de hele relatie waard is
  44. Meet hoeveel klanten je per jaar verliest. Dat percentage bepaalt hoe lang een klant gemiddeld blijft, en daarmee de helft van de som. Lees: Wat een klant over de hele relatie waard is
  45. Zet klantwaarde naast wat een nieuwe klant kost. Pas dan weet je of je marketing geld oplevert of geld kost. Lees: Wat een klant over de hele relatie waard is
  46. Reken je eigen uren mee tegen een vast uurtarief. Als eigenaar ben je vaak de belangrijkste verkoper. Zonder je uren mee te tellen, lijkt elke nieuwe klant bijna gratis. Lees: Wat kost een nieuwe klant: acquisitiekosten uitrekenen
  47. Reken per bron, niet alleen in totaal. Een klant via doorverwijzing kost vaak veel minder dan een klant via een beurs. Pas als je het per bron weet, kun je kiezen. Lees: Wat kost een nieuwe klant: acquisitiekosten uitrekenen
  48. Zet de kosten naast de marge van het eerste jaar. Zie je dat een nieuwe klant meer kost dan de eerste opdracht oplevert, dan moet die klant blijven om winstgevend te worden. Lees: Wat kost een nieuwe klant: acquisitiekosten uitrekenen

Werk

  1. Plan je mensen voor hooguit tachtig procent vol. De rest gaat op aan storingen, spoedklussen en uitloop. Wie op honderd procent plant, plant vertraging. Lees: Capaciteitsplanning: kun je waarmaken wat je belooft?
  2. Zoek de ene stap waar het werk altijd op wacht. Dat is je knelpunt. Een uur winst daar is een uur winst voor het hele bedrijf; een uur winst elders vaak niet. Lees: Capaciteitsplanning: kun je waarmaken wat je belooft?
  3. Kijk naar je planning vóór je ja zegt, niet erna. Maak er een vaste vraag van bij elke offerte: in welke week past dit, en wat schuift er dan op? Lees: Capaciteitsplanning: kun je waarmaken wat je belooft?
  4. Laat de verkoper de overdracht schrijven, en de uitvoerder hem terugvertellen. Wie ontvangt, zegt in eigen woorden wat er beloofd is. Klopt dat niet, dan merk je het nu en niet bij de klant. Lees: De overdracht van verkoop naar uitvoering: zo gaat er niets verloren
  5. Stel de klant nooit een vraag die al in de verkoop gesteld is. Moet de klant zich herhalen, dan voelt de start van de opdracht als een stap terug. Staat het antwoord niet in de overdracht, vraag het dan intern na. Lees: De overdracht van verkoop naar uitvoering: zo gaat er niets verloren
  6. Geef elke order vanaf de handtekening één eigenaar in de uitvoering. Dan weet de klant wie het aanspreekpunt is, en weet je team bij wie de vragen landen. Lees: De overdracht van verkoop naar uitvoering: zo gaat er niets verloren
  7. Houd een week lang een lijst bij van alles wat bij jou terechtkomt. Zet achter elke taak of het echt jouw oordeel vraagt, of dat je het doet omdat niemand anders weet hoe. Die tweede groep is je delegeerlijst. Lees: Delegeren wat alleen jij kunt (dacht je)
  8. Vraag bij elke vraag van een collega: wat stel jij voor? Dan blijft het probleem bij degene die het bracht, en leer je hoe die persoon denkt. Lees: Delegeren wat alleen jij kunt (dacht je)
  9. Spreek per taak af hoeveel vrijheid erbij hoort. Eerst uitzoeken en voorstellen, daarna doen en melden, en uiteindelijk gewoon doen. Schuif pas door als het een paar keer goed is gegaan. Lees: Delegeren wat alleen jij kunt (dacht je)
  10. Begin op tijd, ook als er iemand ontbreekt. Wie twee keer merkt dat je wacht, komt de derde keer later. Merkt iemand dat je gewoon begint, dan is die er de volgende dag om vijf voor. Lees: Een dagstart van vijftien minuten die je team wél wil
  11. Zeg bij elke discussie: dat pakken we straks. Noteer het onderwerp en wie erbij moet zijn. Na de dagstart blijven alleen die mensen staan. Lees: Een dagstart van vijftien minuten die je team wél wil
  12. Laat elke week iemand anders de dagstart leiden. Dan wordt het een overleg van het team, niet een moment waarop iedereen aan jou rapporteert. Lees: Een dagstart van vijftien minuten die je team wél wil
  13. Reken met het brutoloon plus 30 procent. Dat is de vuistregel van KVK voor werkgeverslasten. Kun je dat bedrag drie maanden achter elkaar betalen zonder je kas leeg te trekken, dan ben je er financieel klaar voor. Lees: Je eerste medewerker aannemen: wat je moet regelen
  14. Meld je aan als werkgever zodra de startdatum vaststaat. De Belastingdienst stuurt het loonheffingennummer meestal binnen een week, maar vraagt het om extra gegevens, dan duurt het langer. Lees: Je eerste medewerker aannemen: wat je moet regelen
  15. Maak een map voor elke medewerker voordat de eerste dag begint. Kopie identiteitsbewijs, gegevens voor de loonheffingen, contract. Wat er op dag één niet ligt, komt er vaak nooit. Lees: Je eerste medewerker aannemen: wat je moet regelen
  16. Schrijf het probleem op voordat je een demo aanvraagt. Eén zin met een getal: we zoeken elke week vier uur naar werkbonnen. Daar toets je elk pakket aan. Lees: Je operatie digitaliseren: begin bij het knelpunt, niet bij de software
  17. Laat de collega die het meest klaagt de test leiden. Die weet precies waar het knelt, en wordt van criticus de eigenaar van de oplossing. Lees: Je operatie digitaliseren: begin bij het knelpunt, niet bij de software
  18. Schrap bij elke nieuwe tool een oude lijst of een oud formulier. Zolang het oude systeem blijft bestaan, vult je team allebei. Dan heb je er werk bij in plaats van af. Lees: Je operatie digitaliseren: begin bij het knelpunt, niet bij de software
  19. Begin met vier kolommen: te doen, bezig, wacht, klaar. Meer kolommen kun je later toevoegen. Een bord dat in een week al gebruikt wordt, is beter dan een perfect bord dat nooit af is. Lees: Je werkvoorraad zichtbaar maken met een planbord
  20. Zet een maximum op de kolom bezig. Zit die vol, dan maak je eerst iets af voordat je iets nieuws pakt. Zo daalt je levertijd zonder dat iemand harder werkt. Lees: Je werkvoorraad zichtbaar maken met een planbord
  21. Geef elke kaart een naam en een datum. Een kaart zonder eigenaar blijft liggen. Met een naam en een datum zie je meteen wat over tijd is. Lees: Je werkvoorraad zichtbaar maken met een planbord
  22. Zet elke klacht op één plek, met een naam en een datum. Ook de klacht die mondeling binnenkwam bij de monteur. Wat niet ergens staat, wordt vergeten en komt terug. Lees: Klachten als bron van verbetering
  23. Los eerst de klant op, daarna de oorzaak. De klant wil snel geholpen worden. Het waarom zoek je uit als het vuur uit is. Lees: Klachten als bron van verbetering
  24. Bespreek eens per maand de drie klachten die het vaakst terugkomen. Niet de grootste, de vaakste. Daar zit de oorzaak in je proces, en daar levert één oplossing het meest op. Lees: Klachten als bron van verbetering
  25. Zet alleen op de lijst wat vaak vergeten wordt en veel kost. Wat iedereen toch al doet, hoort er niet op. Een lijst van vijf punten wordt gebruikt, een lijst van dertig niet. Lees: Kwaliteit borgen met checklists: kort, op het goede moment, met je team gemaakt
  26. Koppel de lijst aan een moment, niet aan een taak. Voor vertrek naar de klant, voor het opleveren, voor het versturen. Op dat moment stopt iedereen even en loopt de lijst langs. Lees: Kwaliteit borgen met checklists: kort, op het goede moment, met je team gemaakt
  27. Pas de lijst aan na elke klacht. Kwam er iets terug wat een vraag op de lijst had kunnen voorkomen, voeg die vraag toe. Haal er ook iets af als het nooit meer misgaat. Lees: Kwaliteit borgen met checklists: kort, op het goede moment, met je team gemaakt
  28. Stel per leverancier één vraag: wat gebeurt er als die morgen niet levert? Ligt je werk binnen een week stil, dan staat die leverancier op je korte lijst. De rest kan wachten. Lees: Leveranciers: zo maak je je minder afhankelijk
  29. Bestel één keer per jaar bewust bij je reserveleverancier. Een tweede bron die je nooit gebruikt, is in een crisis geen bron. Een proefbestelling houdt het contact warm en laat zien of de kwaliteit klopt. Lees: Leveranciers: zo maak je je minder afhankelijk
  30. Zet het noodplan op papier, niet alleen in je hoofd. Namen, telefoonnummers en de minimale voorraad. Als jij er niet bent, moet een collega het kunnen pakken. Lees: Leveranciers: zo maak je je minder afhankelijk
  31. Meet tegen de eerste beloofde datum, niet tegen de laatste. Wie de datum verschuift en dan op tijd levert, meet zichzelf rijk. De klant onthoudt de eerste belofte. Lees: Leverbetrouwbaarheid meten in het mkb
  32. Tel een order alleen als goed als die op tijd én compleet is. Een levering die op tijd komt maar waar iets aan ontbreekt, is voor de klant nog steeds niet geleverd. Lees: Leverbetrouwbaarheid meten in het mkb
  33. Schrijf bij elke te late order één oorzaak op. Na een maand zie je welke oorzaken het meeste uitmaken. Daar begin je. Lees: Leverbetrouwbaarheid meten in het mkb
  34. Doe de nacalculatie binnen twee weken na oplevering. Dan weet iedereen nog waarom het uitliep. Na drie maanden heb je alleen nog getallen, geen verklaring. Lees: Nacalculatie die je iets leert
  35. Vergelijk per post, niet alleen het totaal. Een klus die precies op budget uitkomt, kan tien uur te veel arbeid en tien uur te weinig materiaal verbergen. Lees: Nacalculatie die je iets leert
  36. Begin je volgende offerte bij de nacalculatie van een vergelijkbare klus. Niet bij je gevoel. Wat het vorige keer echt kostte, is de beste voorspelling van wat het nu kost. Lees: Nacalculatie die je iets leert
  37. Plan het opleveringsgesprek al in bij de start van het project. Dan is het een vast onderdeel van de klus en geen extraatje dat sneuvelt als het druk is. Lees: Nazorg: een project is pas af als de klant tevreden is
  38. Houd één lijst met open punten die je samen met de klant afstreept. Pas als de lijst leeg is, is het project af. Dat voorkomt de restpunten die maanden blijven hangen. Lees: Nazorg: een project is pas af als de klant tevreden is
  39. Bel na een maand nog één keer. Vraag of alles werkt en of er iets is wat je had moeten weten. Het kost vijf minuten en klanten onthouden het. Lees: Nazorg: een project is pas af als de klant tevreden is
  40. Leg eerst het proces vast dat het vaakst misgaat. Niet het proces dat het belangrijkst klinkt. Waar klachten, fouten of vragen ontstaan, levert vastleggen het snelst iets op. Lees: Processen vastleggen zonder dikke handboeken
  41. Houd het op één pagina. Past het niet, dan zijn het twee processen. Een pagina die niemand leest, is geen afspraak. Lees: Processen vastleggen zonder dikke handboeken
  42. Laat degene die het werk doet de eerste versie schrijven. Jij leest mee en vraagt door. Zo staat er wat er echt gebeurt, en voelt het team zich eigenaar. Lees: Processen vastleggen zonder dikke handboeken
  43. Teken je proces zoals het nu gaat, niet zoals het hoort. Vraag de mensen die het werk doen. De omwegen die zij noemen, zijn precies de plekken waar orders blijven hangen. Lees: Van order tot tevreden klant: je proces in vier haltes
  44. Zet bij elke halte wie de order naar de volgende brengt. Een halte zonder eigenaar is een wachtkamer. Eén naam per overgang voorkomt dat orders tussen twee stoelen vallen. Lees: Van order tot tevreden klant: je proces in vier haltes
  45. Bel na oplevering zelf de klant met één vraag. Vraag of alles werkt zoals afgesproken. Pas als het antwoord ja is, zet je de order op tevreden. Lees: Van order tot tevreden klant: je proces in vier haltes
  46. Test een verandering eerst bij één klant of op één dag. Werkt het niet, dan heb je weinig verloren. Werkt het wel, dan weet je waarom, en kun je het met overtuiging breder invoeren. Lees: Verbeteren in kleine stappen: één test per week
  47. Spreek vooraf af hoe je weet dat het beter is. Een getal dat je kunt tellen: minder telefoontjes, minder terugkomers, minder minuten per order. Zonder meting blijft het een gevoel. Lees: Verbeteren in kleine stappen: één test per week
  48. Laat zien wat er al beter is. Hang de verbeteringen van de afgelopen maand op een vel bij de koffieautomaat. Vooruitgang die je ziet, maakt zin in de volgende. Lees: Verbeteren in kleine stappen: één test per week

Geld

  1. Lees de inkoopvoorwaarden van je grootste klant. Staat daar een termijn van 60 of 90 dagen en is de klant een groot bedrijf terwijl jij mkb bent, dan is dat beding volgens de wet nietig. Laat het toetsen door je adviseur voordat je erop wijst. Lees: Betaaltermijnen tussen bedrijven: wat de wet zegt in 2026
  2. Zet rente en incassokosten op je herinnering. De wet geeft je bij een zakelijke klant recht op handelsrente en minstens 40 euro incassokosten. Wie dat ziet staan, betaalt vaak eerder. Lees: Betaaltermijnen tussen bedrijven: wat de wet zegt in 2026
  3. Leg je eigen termijn vast in offerte en voorwaarden. Zonder afspraak geldt 30 dagen. Wil je 14 dagen, spreek dat dan vooraf en schriftelijk af. Lees: Betaaltermijnen tussen bedrijven: wat de wet zegt in 2026
  4. Verwar marge niet met opslag. Een opslag van 50 procent op de inkoopprijs is een marge van 33 procent op de verkoopprijs. Wie die twee door elkaar haalt, rekent zich rijk. Lees: Brutomarge per product of dienst: zie waar je echt aan verdient
  5. Tel verpakking, verzending en betaalkosten mee. Dat zijn kosten die per verkochte eenheid ontstaan. Horen ze niet bij je product in de berekening, dan ziet je marge er beter uit dan hij is. Lees: Brutomarge per product of dienst: zie waar je echt aan verdient
  6. Reken de marge per lijn elk kwartaal opnieuw uit. Inkoopprijzen en lonen bewegen. Een marge die vorig jaar klopte, kan nu een paar punten lager liggen zonder dat iemand het merkt. Lees: Brutomarge per product of dienst: zie waar je echt aan verdient
  7. Zet de btw bij elke ontvangst meteen apart. Een aparte rekening voor btw voorkomt dat je geld uitgeeft dat al van de Belastingdienst is. Dan staat de afdracht klaar als hij komt. Lees: Btw en je kasstroom: zo plan je je afdrachten
  8. Zet de vier afdrachtdata nu in je kasprognose. Voor kwartaalaangevers in 2026: 30 april, 31 juli, 31 oktober en 31 januari 2027. Het geld moet op die dag binnen zijn bij de Belastingdienst. Lees: Btw en je kasstroom: zo plan je je afdrachten
  9. Vraag btw terug op facturen die een jaar over tijd zijn. Een vordering geldt uiterlijk een jaar na de uiterste betaaldatum als oninbaar. De btw daarover kun je dan terugkrijgen via je aangifte. Lees: Btw en je kasstroom: zo plan je je afdrachten
  10. Begroot per maand, niet per jaar gedeeld door twaalf. Je omzet en je kosten vallen niet gelijkmatig over het jaar. Een maandbegroting met seizoenen erin laat zien wanneer het krap wordt. Lees: Een begroting die je echt gebruikt
  11. Bespreek alleen de grote afwijkingen. Spreek een grens af, bijvoorbeeld 10 procent of 5.000 euro, en praat alleen over posten die daarboven komen. Dan blijft het een gesprek van een half uur. Lees: Een begroting die je echt gebruikt
  12. Schuif elke maand een maand door. Zet aan het eind van elke maand een nieuwe maand achteraan. Dan kijk je altijd twaalf maanden vooruit, ook in november. Lees: Een begroting die je echt gebruikt
  13. Financier lang met lang en kort met kort. Een machine die tien jaar meegaat, betaal je niet uit een krediet dat de bank elk jaar kan herzien. Schommelingen in je kas vang je niet op met een lening van vijf jaar. Lees: Financiering voor het mkb: bank, krediet, lease of factoring
  14. Begin bij het doel, niet bij de vorm. Schrijf eerst op waarvoor je het geld nodig hebt, hoeveel en hoe lang. Dan valt de helft van de vormen vanzelf af. Lees: Financiering voor het mkb: bank, krediet, lease of factoring
  15. Vraag bij weinig zekerheden naar de BMKB. Met deze borgstelling staat de overheid voor een deel van je lening borg. Je vraagt haar aan via je bank of andere financier. Lees: Financiering voor het mkb: bank, krediet, lease of factoring
  16. Reken je buffer in weken, niet in euro's. Deel je saldo door je vaste uitgaven per week. Dan weet je hoe lang je het volhoudt als er niets binnenkomt, en zie je meteen of het genoeg is. Lees: Hoeveel kasbuffer is genoeg voor je bedrijf
  17. Houd btw en belasting buiten je buffer. Geld dat je moet afdragen, is niet van jou. Zet het op een aparte rekening, zodat je buffer laat zien wat je echt hebt. Lees: Hoeveel kasbuffer is genoeg voor je bedrijf
  18. Leg een drempel vast en spreek af wat er gebeurt als je eronder zakt. Een buffer werkt pas als iedereen weet wat de ondergrens is en welke stap volgt als het saldo daar komt. Lees: Hoeveel kasbuffer is genoeg voor je bedrijf
  19. Schrijf op wat je wilt beschermen, en tegen welk risico. Een pand, een spaarpot of de opbrengst van een latere verkoop vragen elk om een ander antwoord. Met dat lijstje is het gesprek met je adviseur veel korter. Lees: Holding en werkmaatschappij: wanneer het loont en waarom
  20. Reken de extra kosten per jaar mee, niet alleen de oprichting. Twee bv's betekenen twee jaarrekeningen en twee aangiftes. Die kosten komen elk jaar terug. Lees: Holding en werkmaatschappij: wanneer het loont en waarom
  21. Laat elke structuur toetsen door een fiscalist voordat je tekent. De regels hebben voorwaarden en uitzonderingen die per situatie verschillen. Lees: Holding en werkmaatschappij: wanneer het loont en waarom
  22. Reken in geld, niet in winst. Gebruik voor de terugverdientijd wat de investering per jaar extra aan geld oplevert, niet de winst na afschrijving. Afschrijving is een boeking, geen betaling. Lees: Investeren: terugverdientijd en wat het met je kas doet
  23. Leg de investering naast je kasprognose per week. Een machine die je in één keer betaalt, haalt in één week een gat in je saldo. Kijk of je dan nog boven je drempel blijft. Lees: Investeren: terugverdientijd en wat het met je kas doet
  24. Reken drie varianten door. Een gewone, een gunstige en een tegenvallende opbrengst. Valt de investering ook in de slechte variant goed uit, dan is het een sterke beslissing. Lees: Investeren: terugverdientijd en wat het met je kas doet
  25. Bel op de tweede dag na de vervaldatum. Een mail blijft liggen, een telefoontje brengt de echte reden boven. Vraag niet of de klant wil betalen, vraag wat er nog nodig is om te betalen. Lees: Je facturen sneller betaald krijgen: wat je vóór en na de vervaldatum doet
  26. Zet het inkoopnummer van de klant op elke factuur. Een factuur zonder inkoop- of ordernummer komt bij grotere klanten vaak terug met een vraag. Elke vraag kost je dagen. Lees: Je facturen sneller betaald krijgen: wat je vóór en na de vervaldatum doet
  27. Factureer lange projecten per fase. Spreek bij de opdracht termijnen af per opgeleverd deel. Dan wacht je niet drie maanden op je eerste euro. Lees: Je facturen sneller betaald krijgen: wat je vóór en na de vervaldatum doet
  28. Zet een vast moment in je agenda, bijvoorbeeld de tweede dinsdag van de maand. Dan is de boekhouding van de vorige maand bij en lees je altijd op dezelfde manier. Lees: Je maandcijfers lezen in tien minuten
  29. Kijk altijd eerst naar de kas, pas daarna naar de winst. Winst zegt of je goed verdient. De kas zegt of je de rekeningen van volgende maand kunt betalen. Lees: Je maandcijfers lezen in tien minuten
  30. Schrijf per maand drie zinnen op: wat viel op, waarom, en wat doe ik ermee. Na een half jaar heb je een logboek dat je accountant en je bank graag lezen. Lees: Je maandcijfers lezen in tien minuten
  31. Plan elke maandag een kwartier voor je kasstroom. Zet het nieuwe banksaldo erin, schuif de week op en kijk waar het saldo onder je drempel zakt. Een vast moment maakt er een gewoonte van. Lees: Kasstroomprognose per week: zo maak je er een
  32. Boek ontvangsten op de dag dat klanten echt betalen, niet op de vervaldatum. Kijk naar hoe laat je klanten gemiddeld betalen. Betaalt een klant altijd na zes weken, zet het geld dan ook pas in week zes. Lees: Kasstroomprognose per week: zo maak je er een
  33. Kies een drempel en noem die hardop. Bijvoorbeeld: het saldo mag nooit onder één maand vaste lasten komen. Dan weet je team ook wanneer het moment is om in te grijpen. Lees: Kasstroomprognose per week: zo maak je er een
  34. Zet al je kosten van het afgelopen jaar in één lijst, van groot naar klein. De bovenste tien posten zijn meestal het grootste deel van je kosten. Daar begin je, niet bij de koffie. Lees: Kosten besparen zonder dat je klant het merkt
  35. Vraag per post: merkt de klant het als dit verdwijnt? Ja betekent beschermen of slimmer inkopen. Nee betekent dat je mag schrappen. Lees: Kosten besparen zonder dat je klant het merkt
  36. Leg elke besparing vast met een eigenaar en een datum om terug te kijken. Zo zie je over drie maanden of de kosten echt weg zijn, of stilletjes zijn teruggekomen. Lees: Kosten besparen zonder dat je klant het merkt
  37. Reken de vijf getallen elk kwartaal uit en zet ze in één rij naast elkaar. Eén meting zegt weinig. De richting over vier kwartalen zegt veel. Lees: Vijf financiële kengetallen die je moet kennen
  38. Vergelijk met jezelf voordat je met de branche vergelijkt. Een installateur en een webwinkel hebben totaal andere normale waarden. Je eigen trend is het eerlijkste ijkpunt. Lees: Vijf financiële kengetallen die je moet kennen
  39. Spreek per kengetal een grens af waarbij je actie neemt. Bijvoorbeeld: zakt de current ratio onder 1,2, dan bespreken we het in het weekoverleg. Lees: Vijf financiële kengetallen die je moet kennen
  40. Lever alles in één keer aan. Elke ontbrekende bijlage betekent een extra ronde vragen en weken vertraging. Vraag vooraf welke stukken de bank precies wil. Lees: Wat de bank wil zien bij je kredietaanvraag
  41. Reken je plan ook door voor een slecht jaar. De bank wil zien dat je de rente en aflossing ook betaalt als de omzet tegenvalt. Laat dat zelf zien voordat zij ernaar vraagt. Lees: Wat de bank wil zien bij je kredietaanvraag
  42. Vergelijk meerdere financiers. Ondernemersplein raadt aan niet bij de eerste bank te blijven. Voorwaarden verschillen en zijn vaak bespreekbaar. Lees: Wat de bank wil zien bij je kredietaanvraag
  43. Reken je werkkapitaal in dagen, niet alleen in euro's. Debiteurendagen, voorraaddagen en crediteurendagen laten zien waar het geld blijft hangen. Eén dag korter is direct een bedrag dat je kunt uitrekenen. Lees: Werkkapitaal: het geld dat vastzit in voorraad en debiteuren
  44. Ruim één keer per jaar je incourante voorraad op. Wat al een jaar niet beweegt, is geld op een plank. Verkoop het, ook met korting, en zet het geld terug in je kas. Lees: Werkkapitaal: het geld dat vastzit in voorraad en debiteuren
  45. Betaal leveranciers op tijd, niet eerder. Vroeg betalen voelt netjes, maar het geld is dan weg terwijl je klanten nog niet hebben betaald. Houd de afgesproken termijn aan. Lees: Werkkapitaal: het geld dat vastzit in voorraad en debiteuren
  46. Leg je winst en je banksaldo één keer per kwartaal naast elkaar. Schrijf op waar het verschil zit: debiteuren, voorraad, investeringen, aflossingen, btw, privé. Na twee keer weet je welke lekken bij jouw bedrijf horen. Lees: Winst is geen geld op de bank: waar je winst blijft
  47. Vraag bij elke grote investering: wanneer gaat het geld eraf? In je winst zie je alleen de afschrijving per jaar. Op je rekening zie je het hele bedrag in één keer. Lees: Winst is geen geld op de bank: waar je winst blijft
  48. Reken groei door in geld, niet alleen in omzet. Meer omzet betekent vaak eerst meer voorraad en meer openstaande facturen. Groei kost geld voordat ze geld oplevert. Lees: Winst is geen geld op de bank: waar je winst blijft

Waarde & toekomst

  1. Kies één taak waarin je veel leest of schrijft en waar een fout snel opvalt. Daar levert AI het meeste op met het minste risico. Begin niet bij je cijfers of je contracten. Lees: AI in je bedrijf: waar het helpt en waar niet
  2. Laat AI nooit rekenen aan bedragen die je gebruikt om te beslissen. Laat de berekening over aan een spreadsheet of systeem waarvan je de formule kunt nalopen. AI mag uitleggen, niet optellen. Lees: AI in je bedrijf: waar het helpt en waar niet
  3. Spreek met je mensen af welke gegevens niet in een AI-hulpmiddel mogen. Denk aan persoonsgegevens van klanten en personeel. Zet het op één A4 en bespreek het in je overleg. Lees: AI in je bedrijf: waar het helpt en waar niet
  4. Vraag je opvolger om een eigen ondernemingsplan. Dat laat zien of die het bedrijf echt wil leiden, en hoe. Het is ook het eerste document dat een bank wil zien. Lees: Bedrijfsopvolging in de familie: zakelijk regelen wat persoonlijk voelt
  5. Praat met alle kinderen, niet alleen met de opvolger. Wie het bedrijf niet krijgt, wil weten wat dat betekent voor de verdeling van het vermogen. Onduidelijkheid daarover kost later meer dan een gesprek nu. Lees: Bedrijfsopvolging in de familie: zakelijk regelen wat persoonlijk voelt
  6. Laat de prijs bepalen door een onafhankelijke waardeerder. Dan is het een zakelijk getal, en niet een getal dat de ouders bedacht hebben. Lees: Bedrijfsopvolging in de familie: zakelijk regelen wat persoonlijk voelt
  7. Vraag elke freelancer die iets voor je maakte om een akte van overdracht. Zonder akte blijft het auteursrecht bij de maker. Voor oud werk kun je het alsnog regelen, zolang de relatie goed is. Lees: Contracten en intellectueel eigendom op orde: wat is echt van jou
  8. Leg al je contracten in één map met een overzicht van looptijd en opzegtermijn. Dan zie je in één oogopslag wat er afloopt, wat stilzwijgend verlengt en wat bij een overname kan worden opgezegd. Lees: Contracten en intellectueel eigendom op orde: wat is echt van jou
  9. Controleer of je merknaam is geregistreerd op naam van het bedrijf. Een handelsnaam beschermt je niet op dezelfde manier als een geregistreerd merk. En een merk op jouw privénaam hoort niet vanzelf bij de verkoop. Lees: Contracten en intellectueel eigendom op orde: wat is echt van jou
  10. Leg je drie laatste jaarcijfers naast elkaar en verklaar elk groot verschil in één zin. Een koper kijkt naar verschillen van jaar op jaar. Heb jij de uitleg al klaar, dan wordt een vraag geen twijfel. Lees: Due diligence: wat een koper in je bedrijf gaat onderzoeken
  11. Zoek in je tien grootste contracten naar een change of control-clausule. Zo'n bepaling laat de klant opzeggen als het bedrijf wordt overgenomen. Beter dat jij die bepaling vindt dan de koper. Lees: Due diligence: wat een koper in je bedrijf gaat onderzoeken
  12. Maak een lijst van alles wat alleen in jouw hoofd zit. Afspraken die nergens staan, kan een koper niet controleren. Wat niet te controleren is, gaat van de prijs af of wordt een garantie die jij moet afgeven. Lees: Due diligence: wat een koper in je bedrijf gaat onderzoeken
  13. Kies een maatstaf die je allebei kunt narekenen zonder discussie over boekhoudkeuzes. Omzet geeft minder ruimte om met kostenposten te schuiven dan winst. Kies je toch voor winst, leg dan vast welke kosten de koper er wel en niet op mag boeken. Lees: Earn-out en verkopersleningen: zo krijg je je koopsom echt binnen
  14. Reken je bod door met een earn-out van nul. Kun je leven met alleen het deel dat bij de overdracht wordt betaald? Dan is de earn-out een meevaller. Zo niet, dan onderhandel je over het verkeerde bedrag. Lees: Earn-out en verkopersleningen: zo krijg je je koopsom echt binnen
  15. Spreek vooraf af wie beslist als jullie het oneens zijn over de uitkomst. Een onafhankelijke deskundige die alleen de berekening beoordeelt, is sneller en goedkoper dan een rechtszaak. Lees: Earn-out en verkopersleningen: zo krijg je je koopsom echt binnen
  16. Schrijf je ideale dinsdag op, drie jaar na de verkoop. Niet de vakantie, maar een gewone werkdag. Waar ben je om tien uur, met wie praat je, wat heb je om vijf uur gedaan? Lees: Een plan voor jezelf na de verkoop van je bedrijf
  17. Reken uit wat je per maand nodig hebt, voordat je over de prijs praat. Dan weet je welk bedrag genoeg is, en onderhandel je niet op gevoel. Lees: Een plan voor jezelf na de verkoop van je bedrijf
  18. Probeer het leven na de verkoop vast uit, met een maand waarin je niet bereikbaar bent. Je leert wat je mist en wat niet. En je bedrijf leert zonder jou te draaien, wat een koper ook graag ziet. Lees: Een plan voor jezelf na de verkoop van je bedrijf
  19. Accepteer geen voorstel zonder bron. Geen bron betekent: niet te controleren. Vraag de bron op of zoek hem zelf, voordat je verder leest. Lees: Een voorstel van AI controleren: zo check je bron en citaat
  20. Zoek het citaat letterlijk op in de bron. Gebruik de zoekfunctie in het document. Staat de zin er niet, dan is het voorstel op dat punt niet onderbouwd. Lees: Een voorstel van AI controleren: zo check je bron en citaat
  21. Reken elk bedrag na in je eigen systeem. Een getal in een AI-tekst is een bewering, geen uitkomst. De uitkomst komt uit een berekening die je kunt nalopen. Lees: Een voorstel van AI controleren: zo check je bron en citaat
  22. Schrijf op wie straks verkoopt: jij, je holding of je bv. Dat ene antwoord bepaalt welke belasting er geldt en hoeveel. Het is de eerste vraag die je adviseur stelt. Lees: Fiscale kanten van bedrijfsoverdracht: wat je in 2026 moet weten
  23. Vraag je adviseur om twee sommen: verkoop zoals het nu staat, en verkoop na een andere structuur. Een structuur aanpassen kost tijd en heeft eigen voorwaarden. Daarom moet je het verschil weten lang voordat er een koper is. Lees: Fiscale kanten van bedrijfsoverdracht: wat je in 2026 moet weten
  24. Bewaar dit artikel niet als advies, maar als vragenlijst. Regels en bedragen veranderen bijna elk jaar. Laat elke keuze toetsen door een fiscalist die jouw situatie kent. Lees: Fiscale kanten van bedrijfsoverdracht: wat je in 2026 moet weten
  25. Kies een verkoopjaar en zet het in je agenda, ook als het nog vijf jaar weg is. Een datum maakt van een vaag plan een planning waar je elk jaar aan kunt toetsen. Lees: Je bedrijf klaarmaken voor verkoop: een tijdlijn van vijf jaar
  26. Behandel elk jaarrapport alsof een koper het gaat lezen. De KVK raadt kopers aan de jaarrekeningen van minimaal drie jaar te bekijken. De jaarrekening van volgend jaar telt dus al mee. Lees: Je bedrijf klaarmaken voor verkoop: een tijdlijn van vijf jaar
  27. Spreek je fiscalist ruim voor de verkoop. Volgens de KVK moeten fiscale wijzigingen een aantal jaren voor de overdracht zijn afgerond. Lees: Je bedrijf klaarmaken voor verkoop: een tijdlijn van vijf jaar
  28. Wijs per soort gegeven één plek aan waar het hoort. Klantgegevens op één plek, orders op één plek, bedragen op één plek. Alle andere plekken lezen daaruit, niemand typt het over. Lees: Je data op orde: één bron van waarheid
  29. Meet je datakwaliteit met honderd records en een rode pen. Pak de laatste honderd orders of klantkaarten en tel hoeveel er helemaal foutloos zijn. Dat getal zegt meer dan elk gevoel. Lees: Je data op orde: één bron van waarheid
  30. Herstel de oorzaak, niet alleen de fout. Een verkeerd adres verbeteren kost een minuut. Uitzoeken waarom het verkeerd binnenkwam, voorkomt de volgende honderd. Lees: Je data op orde: één bron van waarheid
  31. Voer elk kwartaal een gesprek over de toekomst met je drie belangrijkste mensen. Geen beoordeling, maar twee vragen: waar wil je over twee jaar staan, en wat houdt je hier? Lees: Sleutelmedewerkers binden: zo houd je de mensen die het verschil maken
  32. Geef elke sleutelpersoon een vervanger in opleiding. Dat beschermt het bedrijf als iemand vertrekt, en het geeft de sleutelpersoon een rol als leermeester. Lees: Sleutelmedewerkers binden: zo houd je de mensen die het verschil maken
  33. Leun niet op een concurrentiebeding. Het beperkt wat iemand na vertrek mag doen, maar het houdt niemand binnen. Binding komt uit het werk zelf. Lees: Sleutelmedewerkers binden: zo houd je de mensen die het verschil maken
  34. Zoek de dienst die klanten nu al elk jaar bij je afnemen, zonder afspraak. Daar zit je eerste abonnement. Je maakt alleen vast wat al gebeurt. Lees: Terugkerende omzet opbouwen, ook als je geen software verkoopt
  35. Begin met tien klanten, niet met alle klanten. Zo leer je wat ze willen betalen en wat het jou kost, voordat je het groot uitrolt. Lees: Terugkerende omzet opbouwen, ook als je geen software verkoopt
  36. Meet elke maand twee getallen: terugkerende omzet en hoeveel klanten opzeggen. Groei zonder lage opzegging is een lekkende emmer. Lees: Terugkerende omzet opbouwen, ook als je geen software verkoopt
  37. Praat eerst met je team over ambitie, pas daarna over geld. Willen ze echt ondernemer worden, met het risico dat erbij hoort? Zonder dat antwoord is elke financiering zinloos. Lees: Verkopen aan je eigen team: de management buy-out
  38. Laat de waardering doen door een onafhankelijke partij die jullie allebei vertrouwen. Dan onderhandel je over een gedeeld vertrekpunt, en niet over jouw gevoel tegenover dat van je team. Lees: Verkopen aan je eigen team: de management buy-out
  39. Zorg dat koper en verkoper elk een eigen adviseur hebben. Jullie belangen lopen tijdens de onderhandeling uiteen. Eén adviseur voor beide kanten wringt. Lees: Verkopen aan je eigen team: de management buy-out
  40. Kijk elke week naar je kas voor de komende weken, niet alleen naar je saldo van vandaag. Een saldo vertelt waar je staat. Een vooruitblik vertelt waar je heen gaat, en of je op tijd kunt bijsturen. Lees: Vroeg zien dat het misgaat, en waar je dan hulp vindt
  41. Maak geen bedrijfskosten meer vanaf je privérekening zonder het op te schrijven. KVK noemt het betalen van zakelijke kosten met privégeld als signaal. Wie het bijhoudt, ziet het patroon. Lees: Vroeg zien dat het misgaat, en waar je dan hulp vindt
  42. Bel bij het eerste signaal, niet bij het laatste. Het KVK Adviesteam, Geldfit Zakelijk en Ondernemersklankbord helpen ook als het nog geen crisis is. Hoe eerder, hoe meer keuzes je hebt. Lees: Vroeg zien dat het misgaat, en waar je dan hulp vindt
  43. Ga twee weken op vakantie zonder telefoon en kijk wat er blijft liggen. Wat stilvalt, is precies wat een koper in het boekenonderzoek vindt. Lees: Waarom een bedrijf dat op jou leunt minder waard is
  44. Zorg dat je grootste klanten een tweede vast aanspreekpunt hebben. Laat een collega een jaar lang bij elk belangrijk overleg aanschuiven, zodat de relatie niet alleen aan jou hangt. Lees: Waarom een bedrijf dat op jou leunt minder waard is
  45. Leg elke maand één proces vast dat nu alleen in je hoofd zit. Een korte werkinstructie of checklist is genoeg. Na een jaar heb je er twaalf. Lees: Waarom een bedrijf dat op jou leunt minder waard is
  46. Reken je bedrijf door met minstens twee methoden. Liggen de uitkomsten ver uit elkaar, dan weet je waar het gesprek met een koper over gaat. Lees: Wat is je bedrijf waard? Waarderingsmethoden uitgelegd
  47. Haal je eigen salaris en eenmalige posten uit de winst voordat je rekent. Een koper rekent met een marktconform salaris voor de directeur en met winst die terugkomt. Lees: Wat is je bedrijf waard? Waarderingsmethoden uitgelegd
  48. Laat een waardering die je echt gebruikt opstellen door een erkende waardeerder. Voor oriëntatie kun je zelf rekenen. Voor een verkoop, een aandeelhouderswissel of de fiscus heb je een onderbouwd rapport nodig. Lees: Wat is je bedrijf waard? Waarderingsmethoden uitgelegd